Het tij had duizenden zeesterren op het strand gespoeld. Ze zouden onherroepelijk omkomen eer de vloed hen weer bereikte.
Een jongentje pikte zeesterren op en gooide ze terug in het water.
"Waarom doe je dat?", vroeg een oude man. "Het strand is kilometers lang. De meeste komen toch om. Wat voor verschil maakt het er een paar te redden?"
Het jongetje keek naar de spartelende zeester in zijn handen en zei: "Nee, voor de meeste maakt het niets uit, maar voor deze zeester wel degelijk." En hij gooide hem terug in zee.
Bron: Verhalenkaart






Ik zag mezelf weer lopen, met mijn emmertje vol zeesterren, visjes en krabjes, iedere avond. De buit van de kinderen van die dag, die ze mee naar het vakantiehuisje hadden genomen, weer terugbrengen naar de zee. En mezelf onderweg afvragen waarom ik het deed. Inderdaad, voor die ene maakte het wél wat uit, ja....
Geplaatst door: jannie | 15 juli 2009 om 10:10