In Nederland groeten hardlopers elkaar. Soms met een nauwelijks merkbaar opgestoken vingertje of een blik van erkenning. Soms wordt er een "hé" gemompeld, of een bescheiden "gaat lekker" als er ingehaald wordt. Ik vind dat prachtig; het geeft een klein energiestootje dat net nodig kan zijn om het rondje sneller te lopen dan de vorige keer.
Vaak ben ik erg positief over Spanje en daardoor in de vergelijking negatief over Nederland. De inslag van mijn vergelijkingen is regelmatig: Kijk Nederland, zo gaat het in Spanje, daar kun je van leren.
Dit is niet altijd terecht. Soms geldt het omgekeerde. In Madrid groeten de hardlopers elkaar bijvoorbeeld niet.
Hardnekkig blijf ik "hola" zeggen als ik tijdens mijn rondjes door het park een andere hardloper tegenkom, mijn stem schor van de dorst bij 35 graden. Mijn collega-renners kijken weg, kijken verbaasd of zelfs geïrriteerd. Een antwoord hoef ik in ieder geval niet te verwachten.
Op z'n zachtst gezegd is dit apart in een stad waar iedereen met iedereen een praatje maakt. In de bus, in de metro, in de lift; vreemden die op wat voor manier ook in contact komen groeten elkaar altijd en meestal met een klein praatje.
Ik kan niet uitleggen waarom hardlopers elkaar hier negeren. Het past niet bij Madrid, het past niet bij hardlopers (toch meestal vrolijke en open mensen) en het past al helemaal niet in mijn beeld van de Spanjaarden. Mijn Spaanse vrienden zijn verbaasd als ik ze dit vertel; ook zij begrijpen het niet.
De hardlopers van Madrid kunnen leren van hun Nederlandse collega's. En de Nederlandse hardlopers mogen zichzelf best even op de borst kloppen, vind ik. Daarom steek ik nu, in het voorbijgaan, even mijn vinger op met een korte "hé" naar jullie. Gaat lekker jongens, ga zo door!
'De column van...' is deze keer geschreven door gastblogger Jasper Visser vanuit Madrid.






Reacties